Terugkeer een fictie: samenvattingen van de bijdragen

Alied Blom (VTU) maakte samenvattingen van de bijdragen van enkele sprekers.
NB: de volledige bijdragen staan ook als link in het verslag hierboven 'Wat een opkomst en energie...'

Intro Marjan (volledig)
Welkom allemaal op deze avond van Vrouwen Tegen Uitzetting (VTU).

Ik zal kort uiteen zetten waarom we deze avond hebben georganiseerd.

Jaarlijks organiseert VTU een avond voor iedereen die meer wil weten over het asielbeleid, waarin we dieper ingaan op de achtergronden van het beleid. Dat is een aantal jaren door Corona niet gebeurd, dus we vonden het hoog tijd deze traditie weer op te pakken.

Het gaat vanavond over ‘terugkeer’. We vinden het belangrijk om dieper op dat begrip in te gaan, omdat het een belangrijke rol speelt in het beleid van de overheid en in Europa. Er wordt in alle toonaarden door de regering herhaald dat ‘als asielzoekers zijn afgewezen, ze terug moeten keren naar hun land van herkomst’. Er wordt veel geld aan besteed: terugkeerorganisaties zijn in het leven geroepen, de dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) is actief, maar in de praktijk komt er van die terugkeer weinig terecht. De meeste asielzoekers kunnen of willen niet terug en staan dan zonder iets op straat. Hoe dat komt willen we vanavond toelichten.

Niet omdat we de terugkeer beter willen organiseren, maar om te laten zien dat dat idee van ‘terugkeer’ een fictie is, een begrip voor de bühne. En om alternatieven aan te dragen.

Daarnaast vinden we het van belang om dit deel van het beleid te belichten omdat we de vreselijke gevolgen zien voor de asielzoekers die er mee te maken hebben: ze staan zonder rechten op straat en zijn overgeleverd aan de goedwillendheid van hulpinstanties en particulieren. Sommige asielzoekers zijn tien, vijftien, twintig jaar in Nederland, zonder perspectief, in limbo zoals wij eufemistisch zeggen. Een onmenselijke situatie, die in een beschaafd land niet mag voorkomen. Voor degenen die alle mogelijkheden geprobeerd hebben en voor wie er geen perspectief is, denken wij dat er maar één oplossing is, namelijk een verblijfsvergunning.

Tenslotte vinden wij het belangrijk om een alternatief te schetsen voor de negatieve en lelijke toon die er in het debat over asielzoekers wordt gebezigd. Asielzoekers worden afgeschilderd als klaplopers en profiteurs, terwijl het gaat om mensen die onder vaak vreselijke omstandigheden hun land hebben moeten verlaten en hier komen op zoek naar veiligheid. Veiligheid waar ze recht op hebben omdat Nederland verschillende vluchtelingenverdragen daarover heeft ondertekend.

Intro Joyce (volledig)
Ik ben al heel wat jaren betrokken bij de strijd van mensen zonder verblijfspapieren. Als activist en als buddy van diverse geïllegaliseerde mensen. Ik zeg geïllegaliseerd omdat het een actieve daad is om mensen zonder bestaansrecht aan hun lot over te laten.

Ik wil jullie kort iets vertellen over de videoclip die jullie hebben kunnen zien bij binnenkomst. De clip is opgenomen in 2015 in een oude garage in Amsterdam Zuidoost. Deze garage was toen gekraakt door de groep Wij Zijn Hier. Bij velen hier wel bekend denk ik. Dat was een groep geïllegaliseerde mensen die besloten hadden het probleem waar ze zich in bevonden zichtbaar te maken, samen te strijden voor een normal life en in de tussentijd woonruimte met elkaar te organiseren in plaats van geïsoleerd een onzichtbaar bestaan op straat te leven. Marjan en ik waren beiden betrokken bij het ondersteunen van deze groep.

In de videoclip zien we 12 personen. Het goede nieuws is dat 9 van hen inmiddels een verblijfsvergunning hebben. Zij hebben wel tussen de 4 en 13 jaar moeten wachten op hun recht op verblijf. Gemiddeld ruim 6 jaar. Dat zijn jaren geweest waarop hun leven zo goed als stil stond, veel gewone dingen waren niet mogelijk, je kunt niet studeren, je mag niet werken, je kan geen bankrekening openen, je kunt geen zorgverzekering afsluiten, je kunt niet reizen, je kunt je familie niet bezoeken en zij snappen je situatie niet, en je hebt voortdurend stress en angst voor politie en vreemdelingendetentie. Het zijn jaren die ze nooit meer terug krijgen en het geweld dat hen aangedaan is zal voor altijd schade achterlaten. De persoon uit de clip die 13 jaar heeft moeten strijden voor recht op verblijf, is hier vanavond dus daar horen we straks meer van. Er zijn ook twee personen in de clip die nog steeds geen vergunning hebben, een van hen is al 25 jaar in Nederland en de andere persoon 11 jaar. En dan is er nog 1 persoon waarvan we niet weten hoe het hem verder vergaan is.

Het huidige beleid ten aanzien van in eerste aanleg afgewezen asielzoekers zal uitgebreid onder de loep genomen worden vanuit verschillende perspectieven. Ik wil jullie uitnodigen om verder te denken dan de kaders die onze overheid en het Europese beleid ons voorschotelt.
Want hoe reëel is het dat Europa haar grenzen sluit, hoe reëel is het dat een deel van de wereld vrij is om te reizen en een ander deel niet? Hoe wenselijk en houdbaar is de huidige mondiale verdeling van welvaart, en wie betaalt de prijs voor de welvaart hier? Hoeveel slachtoffers van grenspolitiek aan de buitengrenzen van Europa en binnen Europa accepteren we nog?

Ik hoop dat deze avond inspireert tot nieuwe ideeën tot echte oplossingen.

Sami Tsegaye beet het spits af met zijn verhaal over 12 jaar vergeefse strijd om een verblijfsvergunning. Hij is 29, in Ethiopië geboren en naar school geweest, zijn vader was Eritreeër, zijn moeder Somalische. Toen Eritrea zich in een oorlog van Ethiopië afscheidde werd de familie uitgewezen uit Ethiopië, en sloeg op de vlucht. Over hoe dit precies ging weet hij zich weinig te herinneren; hoe dan ook kwam hij op zijn 17de in Nederland terecht. Hij heeft hier twee keer asiel aangevraagd, maar is afgewezen omdat hij geen identiteitspapieren heeft. In Ethiopië krijg je geen papieren voor je achttiende, en hoewel hij op grond van de nationaliteit van zijn vader Eritreeër is, heeft hij nooit in Eritrea gewoond.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stuurde hem naar de Ethiopische ambassade in Brussel, om daar een nationaliteitsverklaring te bemachtigen. Hij is drie à vier keer naar Brussel gereisd, maar kreeg daar uiteindelijk te horen dat ze hem niet als Ethiopische onderdaan erkenden omdat hij Eritreeër was. Hij kreeg een document mee waarmee hij bij de Eritrese ambassade een nationaliteitsaanvraag kon doen. Vier bezoeken aan deze ambassade leverden echter niets op: “wij werken niet met dit soort documenten”. Inmiddels heeft Sami contact weten te maken met zijn vroegere buren in Ethiopië, en die hebben op zijn verzoek een verklaring opgesteld dat hij inderdaad daar op school heeft gezeten. Met het document van de Ethiopische ambassade en de verklaring van zijn vroegere buren is hij weer naar de IND gestapt. Maar documenten van de Ethiopische ambassade vertrouwde de IND niet, dat van zijn vroegere buren al evenmin. En bovendien: de IND geloofde Sami’s vluchtverhaal niet. Wat moet ik dan nu doen, vroeg hij? Ga de straat maar op, was het antwoord, anders arresteren we je.

Na een aantal jaren rondgezworven te hebben in Amsterdam, op den duur als lid van We Are Here, stapte hij weer naar de Dienst Terugkeer en Vertrek: “Hey you guys, here I am again, can you help me get out of this country?” De Dienst probeerde hem te deporteren, maar dat lukte niet. Naar Eritrea kon niet, omdat dat land als onveilig te boek staat, zodat Nederland er niemand naartoe kan sturen, en Ethiopië erkende hem niet als onderdaan. Hij moest zich maar op straat zien te redden. Ook een verblijf in de opvang Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) in Amsterdam leverde niets op: ook daar wisten ze op den duur niets beters te bedenken dan hem maar weer de straat op te sturen. En daar houdt hij zich nu nog steeds in leven.

De volgende spreker was Irene van der Linde, die in 2015 samen met haar collega Koen Haegens een zeer kritisch artikel in De Groene heeft gepubliceerd over het Nederlandse terugkeerbeleid. (Zie ook Irene van der Linde en het artikel in De Groene uit 2015.).

Van der Linde leest allereerst het begin voor van het artikel uit 2015, waarin Kidane, Sehla en hun toen vijf maanden oude dochtertje Maheder geïntroduceerd worden. Zij bevinden zich in de rechtbank in Den Bosch, advocaat Terpstra vraagt herziening van het uitreisbevel. Kidane en Sehla hebben dan al in vreemdelingendetentie gezeten om uitgezet te worden, Sehla zelfs negen maanden. Maar dat is mislukt: Nederland mag geen mensen uitzetten naar het als onveilig beschouwde Eritrea. Het probleem is echter dat ze niet kunnen bewijzen dat ze Eritrees zijn. Als ze dat wel konden, dan zou de IND hun asielverzoek in behandeling kunnen nemen, en is de kans groot op een verblijfsvergunning. Maar dat kunnen ze niet, en daarom staan ze weer op straat. Advocaat Terpstra voert nu een nieuw bewijsstuk aan. Kidane, geboren in Ethiopië, heeft daar ook op school gezeten, en de directeur van die school heeft een schoolverklaring afgegeven, gelegaliseerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken in Ethiopië en de Ethiopische ambassade in België.  Die ambassade heeft bovendien een aparte verklaring afgegeven dat Kidane niet Ethiopisch is. Op grond van deze documenten vraagt de advocaat om herziening van het asielverzoek. Tot zover het begin van het artikel uit 2015. Van der Linde is benieuwd naar wat advocaat Terpstra, een van de volgende sprekers, kan vertellen over de wederwaardigheden van het drietal.

Van der Linde vertelt dat zij van Marjan Sax bij de uitnodiging voor deze avond in Pakhuis de Zwijger, te horen kreeg dat er nauwelijks iets veranderd is in het Nederlandse asielbeleid sinds het artikel uit 2015. En de cijfers bevestigen dit. De Europese Rekenkamer becijfert het totaal aantal mensen dat de EU-landen per jaar willen terugsturen op 500.000; slechts een derde daarvan keert daadwerkelijk terug. De Nederlandse Dienst Terugkeer en Vertrek DT&V komt over het jaar 2022 uit op een percentage van dertig tot veertig procent van de mensen die het land moesten verlaten, dat werkelijk vertrokken is. En deze cijfers blijven door de jaren heen hetzelfde.

Van der Linde noemt een aantal oorzaken van de lage terugkeerpercentages. Mensen die niet zelf vertrekken, kunnen alleen gedwongen uitgezet worden als zij geldige identiteitspapieren hebben – en die hebben zij niet. De DT&V moet hun identiteit dan zelf zien te achterhalen, bijvoorbeeld door hen in persoon te presenteren bij ambassades, en zo hun nationaliteit te laten beoordelen. Bij een positief resultaat kunnen de ambassades een ‘laissez-passer’ verstrekken waarmee terugkeer naar dat land mogelijk wordt. Maar meestal werken herkomstlanden niet mee. Die hebben vaak baat bij het geld dat mensen in diaspora naar hun familie sturen. De Wereldbank schatte dat in 2014 vanuit Nederland een slordige 1,6 miljard dollar werd overgemaakt naar zo’n dertig van de belangrijkste terugkeerlanden. Nederland probeert de herkomstlanden te dwingen, of ze met afspraken over te halen, hun onderdanen terug te nemen. Maar ‘De export naar en de miljoenencontracten van het Nederlandse bedrijfsleven met derde landen wegen voor de Nederlandse overheid zwaarder dan de realisatie van gedwongen terugkeer’, aldus de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken in een kritisch rapport. Gedwongen terugkeer: een complexe aangelegenheid.

Mensen die zelfstandig proberen te vertrekken kunnen financiële ondersteuning krijgen, en advies en begeleiding door Vluchtelingenwerk of bijvoorbeeld de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Maar ook voor hen wordt terugkeer bemoeilijkt door hun ongedocumenteerdheid. Bovendien geldt hier de contradictie in het Europese asielbeleid waar velen op wijzen: hoe moeilijker het is om Europa te bereiken, hoe groter het belang om te blijven. Asielzoekers zullen om die reden zelf ook liever niet meewerken aan terugkeer. De vele pogingen van Europese landen om terugkeer van afgewezen asielzoekers te bevorderen hebben nauwelijks affect, zo constateert ook het rapport Terugkeer: verschillende belangen en perspectieven van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), het kennisinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid dat najaar 2022 verscheen. Een van de auteurs, prof. dr. A. S. Leerkes, pleit voor  ‘meer realisme’ als het gaat om het terugkeerbeleid (Voor drie artikelen uit dit rapport zie elders op deze website).

Zoals het in het artikel in de Groene in 2015 staat: “Als het om het uitzetten van vreemdelingen gaat, zijn er twee werelden. De meeste Nederlanders krijgen alleen mee wat er in de eerste gebeurt. Dat is de wereld waarin politici het hoogste woord voeren. Waarin als onbetwiste waarheid geldt dat ‘wie hier niet mag blijven, moet vertrekken’ “. De tweede wereld is die waarin terugkeren een taai en hardnekkig proces is waarbij grote belangen spelen, en waar uitgeprocedeerde asielzoekers zelf lang niet altijd iets aan kunnen doen.  Ook Kidane en Sehla die in 2015 in de rechtszaal zaten, niet. De rechter vroeg aan het einde van de zitting of ze zelf nog iets wilden zeggen.

“Kidane reageerde via de tolk, ze heeft haar dochter op schoot, in een roze rompertje en een wit jasje met konijnenoortjes. “Ik heb verteld wat mijn geschiedenis was, waar ik naar school ben gegaan, waar ik ben opgegroeid. Ik heb alles gedaan wat ik kon doen om bewijs te verzamelen, ik ben naar het Rode Kruis geweest, heb drie keer een brief geschreven naar mijn geboorteplaats, ik ben gedetineerd geweest, en heb aan alles meegewerkt. Ik ben vrouw en ik ben ziek en ik heb een kind. Ik weet niet hoe ik kan terugkeren. ””

Van de Linde: “Ik ben heel benieuwd om zo van Maartje te horen waar Kidane, Sehla en Maheder nu zijn”.

Intermezzo met cijfers door Mieke Maassen en Alied Blom en Rogier pelgrim zingt Won't go back.

De volgende spreker was Maartje Terpstra, sinds 1998 werkzaam als asieladvocaat en specialist in asiel- en vreemdelingenrecht en vreemdelingenbewaring. Haar presentatie (voor de volledige tekst zie elders op deze website), betreft de groep van asielzoekers die niet in Nederland mogen blijven omdat hun asielverzoek is afgewezen.

Terpstra legt uit dat de beslissing dat een asielzoeker Nederland moet verlaten door de staat genomen wordt, maar dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze vertrekplicht bij de asielzoeker zelf ligt. Als het binnen de gestelde vertrektermijn van 28 dagen niet lukt om te vertrekken, dan kan de asielzoeker in vreemdelingenbewaring genomen worden, en gedwongen  worden uitgezet. Om hieraan te ontkomen vertrekken deze asielzoekers uit de opvang, vlak voordat hun vertrektermijn verlopen is. Daarmee verdwijnen ze uit het zicht van de Nederlandse Staat,  en worden geregistreerd als ‘met onbekende bestemming vertrokken’. Zo komen ze zonder voorzieningen op straat terecht, en moeten ze zich verder maar zien te redden in de illegaliteit. In de praktijk lukt het 2/3 van de mensen die een afwijzend besluit met een vertrektermijn hebben gekregen, niet om binnen een vertrektermijn van maximaal 28 dagen zelfstandig te vertrekken. 

Terpstra noemt een drietal factoren die hun vertrek binnen die termijn onmogelijk maken. Allereerst wijst zij erop dat de grenzen van Europa zo moeilijk over te steken zijn dat velen van hen er maanden, zo niet jaren, over hebben gedaan om de Europese Unie binnen te komen. Zij hebben onderweg vaak de meest gruwelijke gebeurtenissen meegemaakt,  en het is voor de meesten onder hen niet te bevatten dat al deze ontberingen voor niets zijn geweest, en dat ze nu maar weer gewoon vrijwillig en zelfstandig het land moeten verlaten. Een tweede factor die terugkeer in de weg staat is het feit dat de meeste vertrekplichtige asielzoekers afkomstig zijn uit instabiele en onveilige landen als Afghanistan, Soedan, Syrië, Somalië, Eritrea, Ethiopië, Iran of Irak. Terugkeer is dan geen reële optie.

In de derde plaats is terugkeer vaak onmogelijk doordat de nationaliteit van de asielzoeker niet vastgesteld kan worden. Terpstra noemt een veelheid aan factoren: mensen uit rurale gebieden beschikken meestal niet over identiteitspapieren, of het land van herkomst bestaat nog niet zo lang (Eritrea, Zuid-Soedan), of is opgesplitst in gebieden met verschillende regimes (Somalië), of er is geen functionerende overheid die documenten afgeeft. De IND wijst de asielaanvraag in zulk soort gevallen vaak af met de overweging ‘We weten niet uit welk land je komt, dus we kunnen niet toetsen of je problemen krijgt bij terugkeer want we weten niet naar welk land je gaat terugkeren’. Dus moeten de asielzoekers zelf maar naar alle mogelijke ambassades gaan om een nationaliteitsbewijs te krijgen – dat lukt logischerwijs niet, zeker niet binnen 28 dagen, en vaak niet na jaren, zonder documenten, contacten, mondelinge vaardigheden en (reis)geld.

Weliswaar is er het ‘buiten-schuld-criterium’ als mogelijke nooduitgang uit deze impasse, maar bij dat criterium geldt als voorwaarde dat alle ambassades van mogelijke nationaliteit moeten verklaren dat je niet terug kunt keren naar het betreffende land. Omdat de meeste ambassades niet reageren of zoiets niet op papier willen of kunnen zetten, wordt zo’n beroep op dit buiten-schuld-criterium zelden gehonoreerd. En zo blijft deze groep van mensen in limbo op straat achter.

Terpstra draagt drie verbeterpunten aan voor deze problematiek. Ten eerste dient de politiek zich te realiseren dat hoe moeilijker

het wordt gemaakt om Europa binnen te komen, de drempel voor vertrek uit de EU ook telkens hoger wordt. De huidige mantra in Europa is ‘We zetten in op nog strengere grenscontroles en op een streng en effectief terugkeerbeleid’. Dit is een onhoudbaar uitgangspunt: strengere grenscontroles zorgen er immers voor dat minder mensen de EU verlaten. Terpstra pleit ervoor om meer legale routes naar Europa te ontwikkelen, bijvoorbeeld door vluchtelingen uit kampen uit te nodigen, of ook door legale routes voor arbeidsmigratie te creëren.

Ten tweede gaat ons terugkeerbeleid voorbij aan het feit dat de meeste asielzoekers met een afwijzend besluit uit onveilige en instabiele landen komen en in geval van terugkeer dus te vrezen hebben voor hun veiligheid. Er zal dus nagedacht moeten worden hoe veiligheidsgaranties en/of eventuele terugkeeropties naar Europa onderdeel kunnen worden van het terugkeerbeleid. Terpstra denkt aan de mogelijkheid om via de Nederlandse ambassade in het land van herkomst een terugkeervisum te krijgen als blijkt dat de terugkeerders toch niet veilig zijn. Een andere optie is om  ‘safe houses’ in de instabiele landen op te zetten, waar terugkeerders terecht kunnen als blijkt dat zij na terugkeer toch worden vervolgd.

Maar ten derde moet het besef tot de beleidsmakers doordringen dat de verantwoordelijkheid voor terugkeer niet oneindig bij de vreemdeling gelegd kan en mag worden, en dat de bewijslast voor het niet kunnen terugkeren ook niet oneindig bij de vreemdeling gelaten mag worden. Er moet een duidelijk en reëel criterium in het beleid worden vastgelegd wanneer de Nederlandse staat deze verantwoordelijkheid overneemt en een duidelijke termijn worden gesteld waarbinnen de Nederlandse staat deze verantwoordelijkheid mag invullen. Na deze termijn moet bij het uitblijven van terugkeer een verblijfsrecht worden toegekend.

Terpstra geeft tenslotte antwoord op de vraag die Van der Linde haar stelde in haar presentatie: is het tenslotte nog goed gekomen met het echtpaar Kidane Reeda en Sehla Betgo met hun inmiddels bijna achtjarige dochtertje Maheder, waar Haegens en Van der Linde in 2015 over schreven? Helaas, Terpstra moet haar teleurstellen: zij is nog steeds in gevecht met de IND om een verblijfsvergunning voor hen, en het echtpaar verblijft, nog steeds ongedocumenteerd, in een gezinsopvanglocatie in Amersfoort.

Daarna kwam Yusuf Adam aan het woord. Hij vertelt hoe het is om dakloos en rechteloos door Amsterdam te zwerven omdat de IND niet wil geloven dat je afkomstig bent uit het onveilige gedeelte van Somalië. Hij slaapt in het Vondelpark, overdag zoekt hij beschutting in het centraal Station en de bibliotheek. Het is een heel zwaar bestaan, hij kent lotgenoten die zelfmoord hebben gepleegd omdat ze het niet meer aan konden. Hij heeft zich aangesloten bij de groep We Are Here, en dat heeft hem het leven gered, zegt hij. Hij had nu tenminste onderdak, hoe erbarmelijk de omstandigheden vaak waren – denk aan de Vluchtgarage in de Bijlmer, waar de clip van zanger Rogier Pelgrim, hier vertoond, beelden van geeft.

Yusuf heeft nu eindelijk, na 13 jaar, zijn verblijfspapieren, dankzij de volhardende inzet van zijn advocaat, Maartje Terpstra. Hij roept ons aanwezigen op om een ander beleid van de regering te eisen: “Doe iets, want het is jullie belastinggeld waar dit beleid van betaald wordt!!”.

De volgende spreker was Rana van den Burg, werkzaam bij de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht (SNDVU). Ongedocumenteerden met een asielachtergrond komen bij deze stichting terecht via het Aanmeldloket. Zij hebben dan al een heel asieltraject achter de rug, hebben uiteindelijk te horen gekregen dat hun aanvraag is afgewezen, en hebben vervolgens gesprekken gevoerd met de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Als zij niet vrijwillig terugkeren naar het land van herkomst, worden ze vanuit het asielzoekerscentrum op straat gezet, of zijn zelf daaruit vertrokken, uit angst om in detentie te worden genomen. Soms zijn gemeentelijke regels de oorzaak van de dakloosheid. Rana noemt het voorbeeld van een man die niet bij zijn gezin elders in Nederland kan wonen, omdat zijn vrouw, in het bezit van een verblijfsvergunning, gekort wordt op haar uitkering zodra zij een ‘illegaal persoon’ in huis neemt. Al deze mensen komen op straat terecht, mogen niet werken, hebben geen recht op een uitkering, en worden vaak niet toegelaten tot de reguliere daklozenopvang. SNDVU heeft ongeveer 100 opvangplekken – en moet dus met wachtlijsten werken.

Na opvang en leefgeld geregeld te hebben gaat SNDVU aan de slag met het uitzoeken van de juridische mogelijkheden: is het vluchtverhaal, dat door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ongeloofwaardig werd gevonden, beter te onderbouwen? De stichting verleent praktische en financiële (!) ondersteuning bij het aanvragen van identiteitsdocumenten, het laten opstellen van expertonderzoeken, of het per post laten overkomen van bewijsstukken uit het land van herkomst. In tegenstelling met de praktijk in Amsterdam en Rotterdam, werkt SNDVU daarom niet met termijnen. Het opbouwen van een vertrouwensband en het uitzoeken van de (on)mogelijkheden kost veel tijd, en bovendien ben je vaak afhankelijk van derden aan wie iets is opgevraagd.

Lichamelijke en psychische problematiek maken alles vaak veel ingewikkelder. Het leven in limbo, het voortdurend in de overlevingsstand staan is heel zwaar, waarbij de kans groot is op uitbuiting en erger. Rana noemt als voorbeeld een vrouw, vanuit het AZC geholpen door een man, die haar bij hem thuis heeft opgesloten en een aantal weken heeft misbruikt met vrienden en vervolgens weer op straat gezet. Natuurlijk is dan allereerst medische en psychologische hulp geboden voordat het juridische onderzoek van start kan gaan.

De laatste spreker, Leo Lucassen, historicus, hoogleraar Arbeids- en Migratiegeschiedenis Universiteit Leiden en directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), werpt op ons verzoek een andere blik op de komst van migranten naar Nederland, en schetst mogelijke oplossingen voor de problemen die het huidige immigratie- en vluchtelingenbeleid veroorzaakt. Lucassen wijst er allereerst op dat migratie van alle tijden is en kenmerkend voor de menselijke soort Sinds de trek ‘out of Africa’ naar de rest van de wereld begon (nu zo’n 60.000 jaar geleden) is mobiliteit een essentieel kenmerk van de mens gebleven. De notie ‘illegalen’, zo houdt Lucassen ons voor, is in Nederland in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan, toen Duitse joden zich meldden aan de grenzen van de buurlanden. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de krapte op de arbeidsmarkt in de jaren vijftig en zestig een hoogtepunt bereikte in West-Europa, deden overheden niet erg moeilijk over migranten zonder de juiste papieren. Iedereen die wilde werken, was welkom. Pas met de recessie vanaf eind jaren zeventig werd het beleid strenger, maar het is pas vanaf de jaren negentig dat het steeds moeilijker is geworden om zonder een geldig visum op een normale wijze naar een EU lidstaat te reizen, wat een grote markt voor mensensmokkelaars heeft gecreëerd en de komst, veelal per boot over de Middellandse Zee, steeds duurder en gevaarlijker heeft gemaakt, met een vaak dodelijke hordenloop om Europa binnen te komen als gevolg. Als zij hier al levend weten te arriveren, hebben ze er vaak jaren overgedaan, en uitbuiting, marteling, verkrachting en andere ontberingen moeten ondergaan.

Geen goede voorbereiding voor de vluchtelingen onder hen,  die dan de strijd aan moeten gaan met een wantrouwige en op documenten gefixeerde immigratiedienst, die hen bij voorkeur weer terugstuurt. Als zij al zouden kùnnen terugkeren vormt de barrière om hier te komen natuurlijk eenzelfde barrière om weer weg te gaan. Voor de arbeidsmigranten onder hen maken de gesloten grenzen ‘circulaire migratie’ onmogelijk en  terugkeer erg onaantrekkelijk. Daarvoor hebben ze teveel betaald (vaak met geleend geld) en geriskeerd. Met ‘poreuzere’ grenzen hoeven zij niet langer hun leven op het spel te zetten om Europa binnen te komen, en kunnen zij makkelijker legaal heen en weer reizen. Let wel: tot  in de jaren negentig hàd Nederland zulke poreuze grenzen. Ook zonder verblijfsvergunning was het tot die tijd mogelijk om een sofinummer krijgen, en dus een woning huren, zich verzekeren, een opleiding volgen, legaal werken en een uitkering krijgen. In 1998 maakte de ‘Koppelingswet’ hier een eind aan:  sindsdien zijn ongedocumenteerden uitgesloten van al deze sociale arrangementen. Deze wet dankt haar bestaan aan de Bijlmerramp in 1992, toen bleek hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers was dat zonder verblijfsvergunning bij de gemeente stond ingeschreven of in geen enkele registratie voorkwam.

Lucassen verwerpt de vaak verkondigde stelling dat ‘ademende’ grenzen een toeloop van (asiel)migranten tot gevolg zouden hebben -  de ‘aanzuigende werking’. Er is echter geen wetenschappelijke evidentie voor zo’n  ‘pullfactor’ vanuit westerse landen. Wel aantoonbaar zijn de ‘pushfactoren’ vanuit landen in crisissituatie, zoals Eritrea, Ethiopië, Somalië, Soedan, Afghanistan, Irak, en Syrië, landen waaruit vijfenzeventig procent van de vluchtelingen die zich melden bij het asielloket, afkomstig is. De officiële prognoses voor 2023 lijken overigens aan de hoge kant. De voorspellingen van 70.000 asielzoekers noemt hij ‘natte-vingerwerk’, waarbij hij ons herinnert aan soortgelijke voorspellingen in december 2015, toen er voor 2016 67.000 nieuwe asielzoekers verwacht werden – het werden er uiteindelijk 19.000. En over de bijna 100.000 Oekraïners die Nederland in 2022 heeft opgevangen hoor je niemand; Europa heeft er alles bij elkaar zonder problemen 1 miljoen opgevangen.  

Waarom, vraagt Lucassen zich tot slot af, gaan wij zo achteloos voorbij aan de capaciteiten en talenten waar deze ongedocumenteerden vaak over beschikken? En waarom nemen we genoegen met een samenleving waarin honderdduizenden medebewoners veroordeeld zijn tot een leven zonder rechten, zonder onderdak en zonder toekomstperspectief? Waarom nemen we geen voorbeeld aan de ‘Sanctuary Cities’ in de VS, steden waar men ook zonder verblijfspapieren recht heeft op bepaalde basisvoorzieningen?